norbertinessen CvK Amadeus dicht mm STAD EN STREEK 29 ■m$mr mm mW& ter verfraaiing van het huisraad, als liefhebberij. Er ontstond een nieuwe categorie borduurvirtuo- sen. De handwerkonderwijzeres- sen. „En nog kundiger: hun docen ten" zegt Van de Garde. Zij be heersten het vak als geen ander. Zijn alle merk- en stoplappen fraai? Visser lacht. Vertelt over een Belgisch lapje. Ser Vrancks staat er in grote halen op. Een meisje dat de techniek niet onder de knie kreeg. Letters staan schots en scheef, verschillen in grootte. Een onafgewerkte rode draad aan de achterzijde. „Bij het zien kreeg ik medelijden met het arme, ploeterende kind", zegt Vis ser. In 1920 komt er een nieuwe onderwijswet. Wordt de huis houdschool ingevoerd en is het handwerken naast koken, strijken en poetsen slechts één van de ta ken van een moderne vrouw. duidt er op dat hij zes exemplaren bezat." En het kroontje? „De naam van zijn boerderij." Van de Garde vertelt hoe het wel- iswaard de welgestelde families waren die de kleding van merken voorzagen, maar dat die uiteinde lijk als tweede-, derde- en soms vierdehands in de kasten van min der gefortuneerde Nederlanders kwam te liggen. „Als er een dren keling dood uit een gracht werd gevist, zocht men aan de hand van de initialen in zijn hemd soms naar zijn identiteit." Dat ging nog wel eens mis. Als het hemd al was doorverkocht. Naast letters en cijfers bevatten merklappen trouwens ook afbeel dingen. Motieven. Ook die zitten boordevol informatie zo blijkt. Visser en Van de Garde slaan hun boek open. Bladeren. Wijzen. To nen aan hoe te zien is of het meis je op het platteland of in de stad woonde. Wijzen op symboliek. Een tulp voor onvoorwaardelijke liefde, een bootje voor het huwe lijk. Van de Garde: „De leeuw in zijn tuin en de Hollandse maagd staan voor Nederland. Een motief dat Oranjegezinden verwerkten." Daar tegenover de patriottische vrijheidsboom uit het einde van de achttiende eeuws. Verwijzend naar de Bataafse republiek en de wens van een burgerlijk bestuur. „En dit", toont Visser een door boord hart. „Een katholiek meis je." Het Heilig Hart. Ze bladert door. Komt bij de stoplappen. De meesterwerken van de meisjes. Na het merken leerden zij vanaf hun twaalfde herstellen. En dan op zo'n manier dat nauwelijks te zien is waar tex tiel gerepareerd is. Het vergt enorm vakmanschap, toont Vis ser aan. Kennis van weefsel, hecht- techniek en ga zo maar door. Ook Jeroen Grosfeld, directeur van Breda's Museum (dat de expo sitie in Parijs maakte en er enkele werken uit eigen collectie bij voegde) is erg enthousiast over met name de stoplappen. De oe fenwerkjes tonen niet alleen een zeer nauwgezet vakmanschap, ook qua compositie zijn ze fraai, vertelt hij. „Het blijkt heel inspri- rerend voor hedendaagse beel dend kunstenaars", weet hij. De expositie en het boek eindi gen in 1920. Van de Garde: „Eind negentiende eeuw veranderde er veel. De industrie kwam op. De taak van de vrouw veranderde." Borduren werd een vak dat alle meisjes werd geleerd. Ook de niet welgestelden. De rijkere vrouw des huizes besteedde het merken uit. Pakte slechts naald en draad De merklappen bieden veel informatie over de meisjes die ze maakten ter Dorothea (82), hoofd van het kunstatelier. „Maar in dit geval, voor het bezoek van de koning, ook een haastklus. We hadden maar een paar dagen om de pagi na in orde te brengen. Het was zwaar, vooral door de spanning om het op tijd af te krijgen." Wat als er tijdens het werk een inktpotje om zou zijn gevallen? De zuster legt een hand op haar borst: „Kind, schei uit - ik moet er niet aan denken. Als we kalli graferen zitten we in afgesloten cellen in het kunstatelier, met een bordje aan de deur dat we niet ge stoord mogen worden. Kan nie mand je laten schrikken." Maar er viel geen inktpotje om. Het werd een pagina om trots op te zijn. En het gastenboek is weer veilig in Den Bosch. Toch hoopt ze het boek voorlopig niet terug te zien, zegt zuster Dorothea. „Het is even mooi geweest. Al zeg gen we natuurlijk geen nee, als er een bladzijde zou moeten komen voor paus Franciscus." DRIMMELEN - Centrum voor de Kunsten Amadeus stopt er op 1 juli mee. Het bestuur trekt er de stekker uit vanwege de sterk te ruggelopen subsidie van de ge meenten Halderberge, Moerdijk, Drimmelen en Geertruidenberg. De dertig medewerkers staan bij het begin van de zomervakantie op straat. „Volgens de CAO kun nen zij een bovenwettelijke uitke ring claimen. Wij hebben geen geld om die te betalen en de ge meenten willen daar ook niet voor opdraaien, daarom rest er maar één mogelijkheid: het ophef fen van de stichting", zegt voorzit ter Rolf de Boer. Na de bezuinigin gen van de gemeenten hield Ama deus een begroting van 2,5 ton over. In 2010 had Amadeus bijna 9 ton te besteden. De Boer noemt het vreselijk dat zo'n ervaren orga nisatie onvoldoende is gesteund door de gemeenten. In 2009 is het 50-jarig bestaan gevierd. „Als dit is verdwenen, bouw je het muzie konderwijs niet zomaar weer op." X X"Xtfotiffyff 1* b 1)) 1 V b ty BNDESTEM DINSDAG 4 JUNI 2013 merklap in hartje Parijs V-'vW Brabantse stoplap 1768. Brabantse stoplappen waren drukker dan andere. Au fil des marquoirs, trésors de broderie des Pays Bas 1600-1920. Bibliothèque Forney, Hotel de Sens. t/m 27 juli. In 2014 te zien in Breda's Museum. Amsterdamse merklap van ene CIVDW uit 1779. Het wemelt van de motie ven. Het huis duidt op haar stadse afkomst. De spinnende apen onderin verbeelden de draad des levens die, wanneer hij knapt, het einde betekent. Er zijn levensbomen te zien, huwelijksboten en bloemen als tulpen (vol maakte liefde), anjeliers (moederliefde) en rozen (liefde tussen man en vrouw), foto's collectie Joke Visser en Walter van de Gaarde. Walter van de Garde (I), Joke Visser (midden) en Marie-Noëlle Villedien van de Bibliothèque Forney, tijdens de opening in Parijs op 14 mei. Walter van de Garde Een detail van de speciale pagina die de norbertinessen maakten. SvövVVWWi KWÏWlfVVKV»**!

Kranten

BN - De Stem | 2013 | | pagina 29